Bestuurder aansprakelijk voor te laat afdragen

De meldingsplicht betalingsonmacht is een afzonderlijke verplichting die los staat van de aangifte- en afdrachtplicht. De bestuurder van een bv die geen aangifte loonbelasting kon doen, omdat nog geen loonheffingennummer was toegekend, moest wel tijdig melding doen van betalingsonmacht.
Een man is van 9 juni 2005 tot en met 11 maart 2010 bestuurder van een bv. Vanaf mei 2007 moeten aangiften loonheffingen worden ingediend en heffingen worden afgedragen. In september 2009 kent de Belastingdienst de bv een loonheffingennummer toe en kunnen de aangiften over de voorgaande tijdvakken worden gedaan. Daarbij wordt aangegeven dat moet worden gewacht met betaling totdat naheffingsaanslagen over die tijdvakken zijn opgelegd. Nadat de aangiften zijn ingediend, worden vanaf 4 december 2009 over de periode mei 2007 tot en met maart 2009 conform de aangiften naheffingsaanslagen opgelegd. De naheffingsaanslagen worden echter niet betaald. Op 20 december 2009 is een melding betalingsonmacht aan de ontvanger gezonden en op 7 maart 2011 wordt de bestuurder aansprakelijk gesteld. De vraag is of de aansprakelijkstelling terecht is.
Omdat de naheffingsaanslagen waarvoor de bestuurder aansprakelijk is gesteld conform de ingediende aangiften zijn opgelegd, kan volgens het hof melding van betalingsonmacht niet meer rechtsgeldig plaatsvinden nadat de naheffingsaanslagen zijn opgelegd. In dit geval is sprake van betalingsonmacht die is ontstaan in de afdrachtfase, die uiterlijk twee weken nadat de betalingsonmacht zich heeft voorgedaan, gemeld moest te worden. Dat pas in september 2009 een loonheffingennummer is toegekend en dat pas kort daarna aangiften ingediend konden worden, brengt niet mee dat de afdrachtfase voor de bv is verlengd. Hoogstens nemen zij de verplichting tot het tijdig doen van aangifte over de desbetreffende tijdvakken weg, maar niet de verplichting tot tijdige afdracht van de verschuldigde loonheffing. De verplichting tot het doen van aangifte en de verplichting tot betaling hangen weliswaar nauw met elkaar samen, maar zijn afzonderlijke verplichtingen. Het enkele niet kunnen doen van aangifte heft de verplichting tot tijdige afdracht aan de ontvanger niet op. Dat de Belastingdienst de bv heeft verzocht met betaling van de verschuldigde loonheffingen te wachten totdat de naheffingsaanslagen zouden zijn opgelegd vindt het hof verwarrend, maar doet niet af aan de meldingsplicht. Dit is een afzonderlijke verplichting die los staat van de aangifte- en afdrachtplicht. Dat in de afdrachtfase geen aangifte en (mogelijk) evenmin betaling kon worden gedaan, laat onverlet dat in die fase melding van betalingsonmacht steeds mogelijk was.
Uit onder andere de jaarrekeningen maakt het hof op dat in elk geval eind oktober 2009 een situatie van betalingsonmacht is ontstaan bij de bv welke uiterlijk op 14 november 2009 gemeld had moeten worden. De melding van 20 december 2009 is hoe dan ook te laat geweest.
De bestuurder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het niet aan hem is te wijten dat de bv niet tijdig heeft voldaan aan de verplichting om haar betalingsonmacht ter zake van de loonheffingschuld aan de ontvanger te melden. Hij was in de periode dat de betalingsonmacht gemeld kon worden bestuurder van de bv. Het lag daarom binnen zijn invloedsfeer om ervoor te zorgen dat tijdig en rechtsgeldig gemeld zou worden.
De conclusie is dat de bestuurder ter zake van de loonheffingschuld terecht aansprakelijk is gesteld.
Bron: Hof Amsterdam 23-01-2014