Beperking Witteveenkader kan economie oppepper geven

Volgens De Nederlandsche Bank kan de voorgenomen aanpassing van het Witteveenkader de economie een oppepper geven. Door de beperking van de fiscaal aftrekbare pensioenopbouw ontstaat namelijk ruimte voor een verlaging van de pensioenpremies. Indien de vrijgekomen ruimte ten goede komt van de werknemers leidt dit tot een impuls van de economie en – door de hogere belastingopbrengsten – tot een verbetering van het EMU-saldo.
De beperking van het Witteveenkader, waarvoor onlangs het wetsvoorstel is ingediend, dient primair een bezuinigingsdoelstelling, maar het kan ook de bestedingen stimuleren. Er vallen namelijk voor circa € 9 miljard aan pensioenpremies vrij. Voor zover dit bedrag niet hoeft te worden gebruikt om de pensioenpremies op kostendekkend niveau te brengen, kan het volledig worden teruggesluisd naar de werknemers (uitgaande van de gedachte dat zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel van de pensioenpremies uitgesteld loon is). Hiermee zou een substantiële en permanente impuls aan de koopkracht van huishoudens worden gegeven. De vrijgekomen ruimte zou echter ook kunnen worden gebruikt om de pensioenregelingen te verbeteren, bijvoorbeeld door de indexatie-ambitie te verhogen. Welke optie wordt gekozen, is een zaak van de sociale partners. Niettemin roept het kabinet hen op om – voor zover de financiële opzet van het pensioenfonds dit toelaat – in te zetten op het verlagen van pensioenpremies.
Volgens de DNV ligt hier inderdaad een mogelijkheid de binnenlandse economie aan te jagen zonder de begroting te belasten. Een doorrekening met DELFI – het macro-economische model van DNB – toont dit aan. Na een periode van vier jaar ligt het consumptievolume 2,3% hoger, en de economie als geheel 0,6%, indien de vrijvallende premies (na belasting) volledig ten goede komen aan de werknemers. Doordat alle pensioenpremies onderdeel van de loonruimte vormen, gaat een dergelijke loonsverhoging niet ten koste van de internationale concurrentiepositie. Dit is een groot voordeel, gezien het open karakter van de Nederlandse economie. Van belang is verder dat de maatregel meteen tot extra belastingopbrengsten voor de overheid leidt. Het EMU-saldo verbetert daarmee aanzienlijk; uiteindelijk zelfs met meer dan 1% van het BBP, mede door het groeiversterkende effect van de maatregel.
De berekende effecten zullen lager uitpakken als de vrijvallende premies ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Bovendien is het denkbaar dat werknemers – vooral die met hoge inkomens – de beperking van de verplichte pensioenopbouw deels zullen compenseren met extra vrijwillige besparingen. Ook daardoor zouden de bestedingseffecten van de maatregel worden gematigd.
Bron: DNB 14-05-2013