Belasten bovenmatige deel pensioenaanspraak geen richtsnoer

Rechtbank Gelderland oordeelde onlangs dat een dga die zijn pensioenaanspraak in eigen beheer te laat had aangepast aan het Witteveenkader alleen loon- en inkomstenbelasting moest betalen over het bovenmatige deel van de aanspraak. De staatssecretaris heeft nu laten weten dat deze zaak niet als richtsnoer kan dienen.
De staatssecretaris laat weten dat uit het feit dat er geen hoger beroep wordt ingesteld, niet mag worden afgeleid dat de uitspraak van de rechtbank als richtsnoer kan dienen. Volgens de staatssecretaris zijn in de wet en de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten te vinden dat bij overschrijding van de wettelijke grenzen slechts het bovenmatig deel van de aanspraak wordt belast. Dit blijkt ook uit de jurisprudentie. De inspecteur stelt in deze zaak geen beroep in omdat een materieel belang ontbreekt.
De zaak lag als volgt. Een directeur en enig aandeelhouder (dga) heeft een pensioen toegezegd gekregen van de vennootschap waarvoor hij in dienstbetrekking werkzaam is. Het pensioen wordt in eigen beheer gehouden en de afspraken zijn vastgelegd in de pensioenbrief van 25 september 1998. Op 1 juli 1999 bestaande pensioenregelingen moesten uiterlijk vóór 1 juni 2004 aangepast worden aan de voorwaarden van het Witteveenkader. De vennootschap heeft de pensioenadviseur in mei 2004 mondeling opdracht gegeven het pensioen in eigen beheer te toetsen aan dit kader. De pensioenbrief blijkt niet aan het Witteveenkader te voldoen, omdat de pensioenregeling geen afkoopverbod bevat en de pensioenopbouw hoger is dan is toegestaan volgens de regels van het Witteveenkader. De pensioenadviseur deelt de vennootschap op 2 juli 2004 mee dat de pensioenregeling op een aantal punten moet worden aangepast en tevens kan worden geoptimaliseerd. Tot deze brief behoren onder meer een aangepaste aanvullende arbeidsovereenkomst, inhoudende de pensioentoezegging met de verplichte wijzigingen, een verslag van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) en een berekeningsoverzicht van de nieuwe pensioenregeling met de opgebouwde en nog op te bouwen pensioenaanspraken. De arbeidsovereenkomst en het verslag van de AVA dienden door de vennootschap ondertekend te worden geretourneerd. In de notulen van de AVA welke zijn ondertekend door de dga staat dat de AVA 31 mei 2004 is gehouden. Tevens is in de notulen opgenomen dat de toe te kennen pensioenrechten nader zullen worden bepaald en vastgelegd in een aanvullende arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap en de dga. In deze arbeidsovereenkomst zal worden aangegeven op welke manier de pensioenrechten worden veiliggesteld. Tot slot is vermeld dat het voorstel na enige discussie met algemene stemmen wordt aangenomen. Volgens de rechtbank is de pensioenregeling niet tijdig aangepast en daarom met ingang van 1 juni 2004 onzuiver. De tekst van de wet verbindt daaraan het gevolg dat de aanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip wordt aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer. De rechtbank is op grond van de parlementaire geschiedenis van mening dat doel en strekking van de wetgeving tot de conclusie moeten leiden dat die sanctie moet worden beperkt tot het bovenmatig deel. Van een gewraakte handeling die leidt tot het onzuiver worden van een pensioenregeling is sprake als het feit dat de pensioenregeling niet langer aan bedoelde wettelijke vereisten voldoet, wordt veroorzaakt door handelingen van één of van beide bij die regeling betrokken partijen. Volgens de rechtbank dient dan ook sprake te zijn van een actief handelen door contractpartijen in strijd met de fiscale wetgeving. Dit leidt de rechtbank tevens af uit het karakter van de overige handelingen die als verboden zijn aangemerkt. In dit geval is de oorzaak van het niet langer kwalificeren als wettelijke pensioenregeling niet gelegen in een handeling van de contractpartijen, maar in een wijziging van de wettelijke vereisten. Overigens mag van de rechtbank geen sprake zijn van een bewust achterwege laten van de aanpassing. Dit kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in een vergaande overschrijding van de termijn. De rechtbank vindt deze uitleg ook passen binnen de wettelijke uitzonderingsregeling voor het splitsen van een pensioenregeling in een zuiver en onzuiver deel.
Bron: MvF 04-12-2013