Aantrekkende woningmarkt verhoogt opbrengst overdrachtsbelasting

Vorig jaar haalde de overheid bijna € 1,8 miljard binnen met de overdrachtsbelasting. Dat was de hoogste opbrengst sinds 2011. De hogere opbrengst hangt samen met de aantrekkende huizenmarkt. Ongeveer de helft van de overdrachtsbelasting komt voort uit woningverkopen.
De opbrengst van de overdrachtsbelasting was voor de crisis in 2007 bijna € 5 miljard. Zes jaar later, in 2013, bedroeg de opbrengst nog maar een vijfde hiervan.
De opbrengst van de overdrachtsbelasting wordt door drie factoren bepaald: het aantal verhandelde onroerende zaken, de transactieprijs en het tarief van de overdrachtsbelasting. Tot en met 2013 nam het aantal verkochte woningen aanzienlijk af en daalde ook de gemiddelde transactieprijs. In 2011 verlaagde de overheid ook het tarief van de overdrachtsbelasting voor de aanschaf van een woning van 6% naar 2%. Voor de verkoop van bedrijfspanden en grond bleef het tarief wel 6%. In 2007 brachten woningverkopen nog circa 61% van de totale overdrachtsbelasting op. Dat is daarna gedaald naar ongeveer 46% in 2015.
In 2012 en 2013 was de opbrengst van de overdrachtsbelasting op een dieptepunt. In beide jaren was de opbrengst circa € 1,1 miljard. Sindsdien neemt de opbrengst weer toe. De aantrekkende woningmarkt droeg hieraan bij. In 2013 werden nog circa 110.000 woningen verkocht. In 2014 was dat aantal toegenomen tot 154.000. Vorig jaar werden ruim 178.000 woningen verkocht. Ook de gemiddelde koopsom steeg. In 2013 was de gemiddelde verkoopprijs € 213.000 , vorig jaar bedroeg deze ruim € 230.000. De toename van woningverkopen tussen 2013 en 2015 verhoogde de opbrengst van de overdrachtsbelasting met ongeveer € 291 miljoen, de gestegen koopsom droeg voor € 37 miljoen bij in de gestegen opbrengst.
Bron: CBS 29-03-2016