Aanpassing Wet minimumloon moet kostenverrekening beperken

In een brief aan de Tweede Kamer kondigt minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanpassing van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) aan. Met de aanpassing wil hij de mogelijkheid van kostenverrekeningen op het loon beperken.
Eerder dit jaar kondigde de minister aan dat hij hoger beroep zou aantekenen tegen twee rechtbankuitspraken inzake het minimumloon. De eerste zaak betrof de verrekening van kosten op het loon van de werknemer waardoor het feitelijke loon aanmerkelijk lager uitviel dan het wettelijk minimumloon. De rechtbank had het beroep van het bedrijf tegen de door de Inspectie SZW opgelegde boete gegrond verklaard. Volgens de rechter bevat de WML namelijk geen bepaling over de toelaatbaarheid van verrekeningen op het loon. Voor de vraag of en onder welke voorwaarden verrekeningen zijn toegestaan, geldt hierdoor het Burgerlijk Wetboek, dat ruimere mogelijkheden voor verrekening biedt. De minister had eerder dit jaar al aangegeven dit ongewenst te vinden. Gezien de uitspraak van de rechtbank acht hij het raadzaam om de juridische basis voor het beleid ten aanzien van het toepassen van verrekeningen te verduidelijken en te verstevigen. Hij wil daarom de wetgeving op dit punt wijzigen en in de WML een nieuwe bepaling opnemen die een grens stelt aan de mogelijkheid om verrekeningen op het loon toe te passen. Daarbij zal worden gezorgd voor een goede en eenduidige afstemming met de relevante bepalingen in het BW. Dit wetsvoorstel zal op zo kort mogelijke termijn worden ingediend.
De tweede zaak betrof vrijwilligers die werkten in de marktsector maar afzagen van een beloning. In de plaats daarvan werd een bedrag naar een ideële stichting overgemaakt. De rechter bepaalde dat hier geen sprake was van een arbeidsovereenkomst en daardoor de WML niet van toepassing was. Omdat deze situatie weinig voorkomt, wacht de minister het hoger beroep af alvorens te komen met een aanpassing van de wet- en regelgeving.
Los van de rechtbankuitspraken vraagt Asscher zich af of de WML nog wel voldoende is toegesneden op de huidige arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen. De wet, die 45 jaar terug werd ingevoerd, heeft van oorsprong een civielrechtelijk karakter en is tot stand gekomen in een tijd waarin de voltijds arbeidsovereenkomst de standaard was en waarin vooraf duidelijk was op welk loon de werknemer aanspraak kon maken. In de huidige tijd zijn er echter ook andere arbeidsverhoudingen. Daarnaast is er met de invoering van de bestuursrechtelijke handhaving in 2007 op een aantal onderdelen spanning ontstaan tussen het BW en de bestuursrechtelijke handhaving van de WML. Dit is volgens de minister niet bevorderlijk voor de naleving en handhaving en doet afbreuk aan het normstellende karakter van de WML.
Bron: Min SZW 4-03-2014