30%-regeling niet voor aanvullende dienstbetrekking

Volgens de Hoge Raad heeft is de 30%-regeling niet van toepassing op een dienstbetrekking die, na een termijn van drie maanden, wordt aangegaan in aanvulling op een dienstbetrekking waarvoor de regeling wel geldt. Voor de aanvullende dienstbetrekking is de werknemer namelijk niet als ingekomen werknemer aan te merken.
Een inwoner van België treedt per 15 april 2001 in Nederland in dienst bij een vennootschap. Voor deze tewerkstelling wordt aan hem de 30%-regeling toegekend voor de periode april 2001 tot en met maart 2011. In januari 2003 wisselt hij binnen het concern van inhoudingsplichtige en wordt een nieuwe beschikking voor de 30%-regeling afgegeven. Per 1 april 2009 eindigt de dienstbetrekking en wordt de man benoemd als commissaris bij een tweede bv. Voor deze tewerkstelling wordt aan hem de 30%-regeling toegekend voor de periode april 2009 tot en met maart 2011. In juni 2010 wordt hij tevens benoemd tot commissaris bij een derde bv. Het verzoek van de man om toepassing van de 30%-regeling voor deze tewerkstelling wordt door de inspecteur afgewezen omdat de commissaris naar zijn mening bij het aangaan van dienstbetrekking in juni 2010 niet als ingekomen werknemer is aan te merken.
Als ingekomen werknemer wordt aangemerkt degene die door zijn inhoudingsplichtige vanuit een ander land is aangeworven en beschikt over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. Dat de man over een specifieke deskundigheid beschikt is tussen partijen niet in geschil.
Volgens de Hoge Raad kan aan het vereiste van schaarse specifieke deskundigheid van de werknemer niet meer worden voldaan bij overschrijding van een termijn van drie maanden tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige. Aangezien de tewerkstelling van de commissaris bij de derde bv is aangevangen langer dan drie maanden na de beëindiging van de voorafgaande tewerkstelling (1 april 2009), wordt ervan uitgegaan dat de commissaris niet voldoet aan het vereiste van schaarse specifieke deskundigheid. De omstandigheid dat de commissaris direct na de beëindiging van de tewerkstelling per 1 april 2009 bij de tweede bv in deeltijd werkzaamheden is gaan verrichten die voor de toepassing van de 30%-regeling in aanmerking komen, maakt dat niet anders. Volgens het uitvoeringsbesluit blijft de 30%-regeling van toepassing als binnen drie maanden na einde van een tewerkstelling een nieuwe tewerkstelling aanvangt. Gelet op de bewoordingen van het besluit is daarvan geen sprake als de werknemer op wie de 30%-regeling van toepassing is een andere dienstbetrekking aanvaardt zonder dat de tewerkstelling waarop de 30%-regeling van toepassing is wordt beëindigd, en zonder dat sprake is van een eerdere tewerkstelling waarop de 30%-regeling van toepassing was en die niet langer dan drie maanden tevoren is beëindigd.
De situatie van de commissaris is niet vergelijkbaar met gevallen waarin de 30%-regeling van toepassing is omdat de arbeidstijd binnen een dienstbetrekking wordt uitgebreid of de omvang van een bestaande tewerkstelling bij een inhoudingsplichtige wordt verminderd en daarnaast een andere dienstbetrekking wordt aanvaard waardoor de totale arbeidstijd gelijk blijft.
Bron: HR 21-03-2014