Woning uitgezonden diplomaat geen eigen woning meer

Wie naar het buitenland wordt uitgezonden kan onder voorwaarden de woning in Nederland nog als eigen woning aanmerken. De Hoge Raad heeft in 2012 aangegeven dat de woning dan aan de belastingplichtige ter beschikking moet staan. De woning mag dan niet worden verhuurd of aan een derde ter beschikking worden gesteld.
Een diplomaat werd in november 2009 uitgezonden naar het buitenland. Zijn echtgenote ging met hem mee, maar zijn twee dochters bleven in Nederland. Een neef (petekind) van de diplomaat stond vanaf augustus 2009 in de GBA ingeschreven op het adres van de woning van de diplomaat. Hij maakte met toestemming van de diplomaat gebruik van de woning omdat hij in de buurt studeert; een familiegunst. De neef woonde volgens de diplomaat feitelijk nog bij zijn ouders waar hij grotendeels verbleef. De dochters woonden ook nog in het ouderlijk huis tijdens de uitzending. Gelet op de inschrijving van de neef in de GBA op het adres van de diplomaat, accepteert de inspecteur niet dat de diplomaat in zijn aangiften IB/PVV 2010 t/m 2012 de woning als eigen woning heeft aangemerkt.
Het hof overweegt dat de diplomaat toestemming heeft gegeven voor het gebruik van de woning en er sprake is van meer dan incidenteel logeren aangezien de aanwezigheid van de neef vanwege zijn studie een regelmatig en structureel karakter had. In zijn arrest van 2012 had de Hoge Raad aangegeven dat onder derden moeten worden verstaan al diegenen die niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoren. Volgens het hof moet de neef als een derde worden aangemerkt. Hierdoor is er sprake van een situatie waarin aan een derde de woning ter beschikking wordt gesteld (art. 3.111 lid 6, onderdeel a Wet IB 2001). Dat de neef ook al voor de uitzending van de diplomaat gebruik maakte van de woning, dat voor het gebruik van de woning geen vergoeding is gevraagd en dat de diplomaat en zijn echtgenote ook zelf gebruik konden maken van de woning als zij tijdelijk in Nederland verbleven, maakt dit volgens het hof niet anders. De opvatting van de diplomaat dat moet worden beoordeeld of het ter beschikking stellen aan en het gebruik door een derde van ondergeschikt belang is, vindt geen steun in het recht. De inspecteur heeft de woning in de onderhavige jaren dan ook terecht niet als eigen woning aangemerkt.
Bron: Hof Den Bosch 16-02-2018